BTW – De belangrijkste zaken op een rij

Iemand is ondernemer voor de btw wanneer hij zelfstandig activiteiten in het economisch verkeer verricht. Met de term “in het economisch verkeer” is bedoeld dat er een vergoeding staat tegenover de prestatie van de ondernemer. Het ondernemerschap voor de btw staat los van het ondernemerschap in de inkomstenbelasting. Een ondernemer moet btw in rekening brengen over de levering van producten en diensten die hij verricht. Een ondernemer mag de btw, die andere ondernemers aan hem in rekening brengen, in aftrek brengen op de btw over zijn prestaties. Het verschil moet hij op aangifte betalen aan de Belastingdienst. Voorwaarde voor het recht op aftrek van voorbelasting is dat de ondernemer de ingekochte goederen en diensten gebruikt voor belaste handelingen. De btw op goederen en diensten die de ondernemer zowel voor belaste als voor vrijgestelde prestaties gebruikt, komt voor gedeeltelijke aftrek in aanmerking. Dit gedeelte, de zogenaamde pro rata, wordt bepaald door de omzet belaste prestaties te delen door de som van de omzet belaste en vrijgestelde prestaties.

 

Factuur

Indien een btw-ondernemer levert aan een andere ondernemer moet hij een factuur uitreiken. Binnen de Europese Unie gelden dezelfde regels voor de lay-out van facturen. Deze regels gelden zowel voor papieren als elektronische facturen. Op een factuur moeten de volgende gegevens vermeld worden:

  • de datum waarop de factuur is afgegeven;
  • een volgnummer zodat iedere factuur uniek is en identificeerbaar;
  • het btw-nummer van de leverancier en van de afnemer;
  • de naw-gegevens van de leverancier en van de afnemer;
  • de hoeveelheid, aard en datum van de geleverde goederen of diensten;
  • een eventuele vooruitbetaling met de datum van de betaling;
  • de maatstaf van heffing voor elk tarief of elke vrijstelling; de leveringen dienen dus gesplitst te worden indien er meerdere tarieven van toepassing zijn;
  • de prijs per eenheid exclusief btw en eventuele korting voor vooruitbetaling of rabatten die niet in deze prijs zijn begrepen;
  • het toepasselijke tarief en het te betalen btw-bedrag;
  • een verwijzing naar een toegepaste vrijstelling, verleggings- of margeregeling;
  • als het om een vervoermiddel gaat: gegevens waarmee kan worden vastgesteld of een vervoermiddel nieuw is;
  • het btw-nummer plus de naw-gegevens van de fiscaal vertegenwoordiger bij eventuele verlegging van de btw;
  • vermelding van het btw-bedrag in de munteenheid van de lidstaat waar de levering of dienst is verricht.

Tarieven

De btw kent een hoog en een laag tarief. Het hoge tarief btw bedraagt 21%, het lage tarief btw bedraagt 9%. Bij export geldt een tarief van nihil. Het te hanteren tarief hangt af van het geleverde goed of de dienst. Het lage tarief is oorspronkelijk bedoeld om eerste levensbehoeften niet te zwaar te belasten. Het lage tarief geldt onder meer voor levensmiddelen, geneesmiddelen, hulpmiddelen, boeken en voor bepaalde arbeidsintensieve diensten als reparatie van fietsen en schoenen.

 

Correctie privégebruik auto

Het ter beschikking stellen van een auto voor privégebruik is een fictieve dienst, waarover btw moet worden berekend. Dat geldt zowel voor auto’s die tot het bedrijfsvermogen behoren als voor andere auto’s, zoals leaseauto’s.

 

Verleggingsregelingen

Normaal gesproken brengt de leverancier btw in rekening aan zijn afnemers. In een aantal gevallen geldt een verleggingsregeling. De btw is dan verlegd van de leverancier naar de afnemer. De leverancier brengt geen btw in rekening, maar vermeldt wel de vergoeding waarover de btw is verlegd in zijn btw-aangifte. De afnemer vermeldt de vergoeding en de btw die naar hem is verlegd in zijn btw-aangifte. De afnemer geeft de verlegde btw aan alsof het gaat om een eigen prestatie en trekt deze btw meteen als voorbelasting af. De ondernemer die btw verlegt is verantwoordelijk voor de btw die hij verlegt.

Toepassing van een verleggingsregeling komt voor bij:

  • zaken doen met het buitenland;
  • onderaanneming en personeel uitlenen in de sectoren bouw en scheepsbouw, confectieindustrie

en in schoonmaakbedrijven;

  • levering van afval en oude materialen, mobiele telefoons en computerchips, onroerende zaken, executieverkopen, verkoop van goud en de overdracht van emissierechten.

 

Kleine ondernemersregeling (KOR)

Voor kleine ondernemers geldt een kortingsregeling voor de btw. Deze KOR geldt alleen voor natuurlijke personen, dus niet voor rechtspersonen. Voorwaarde voor toepassing is dat de ondernemer in Nederland woont of gevestigd is of dat hij over een vaste inrichting in Nederland beschikt. Wanneer de af te dragen btw in een kalenderjaar niet hoger is dan € 1.883 geldt een vermindering van belasting. De af te dragen btw is de door de ondernemer over zijn omzet in rekening gebrachte btw verminderd met de belasting op zijn inkopen. De vermindering is 2,5 maal het verschil tussen € 1.883 en de af te dragen btw, maar maximaal het bedrag van de af te dragen belasting. De regeling houdt een vrijstelling van afdracht in tot een bedrag van € 1.345. Voor toepassing van de KOR blijft de btw die de ondernemer met toepassing van een verleggingsregeling als verschuldigde btw moet aangeven buiten beschouwing. Wel moet hij rekening houden met btw over eigen prestaties waarvan de heffing naar een ander is verlegd.

Of en tot welk bedrag de regeling van toepassing is, kan pas na afloop van het jaar worden vastgesteld. Als de regeling vermoedelijk van toepassing is, mag vooruitlopend op de definitieve vaststelling per kwartaal een voorlopige vermindering worden toegepast wanneer de af te dragen belasting in een kwartaal niet meer bedraagt dan € 1.747. Na afloop van het jaar vindt verrekening plaats van de voorlopige verminderingen met de definitieve vermindering. Een ondernemer, die op grond van de KOR geen belasting hoeft af te dragen, kan op verzoek worden ontheven van de administratie- en factuurplicht. In dat geval heeft hij geen recht op een eventuele teruggave van btw wanneer de voordruk in een tijdvak de btw over de omzet zou overschrijden. De KOR zal in 2020 worden vervangen door een compleet nieuwe regeling.

 

Teruggave btw op oninbare vorderingen

Een ondernemer kan de eerder door hem voldane btw terugvragen als de vordering oninbaar is.

De vordering is oninbaar als de afnemer de vergoeding één jaar na het opeisbaar worden nog niet heeft betaald. De teruggaaf kan worden verwerkt in de aangifte over het tijdvak waarin de vordering oninbaar is geworden. Ondernemers die een vordering van een andere ondernemer overnemen kunnen, indien de vordering oninbaar is geworden, de teruggaafregeling benutten alsof zij de oorspronkelijke crediteur zijn.

 

Vrijgestelde prestaties

Een aantal leveringen en diensten is vrijgesteld van btw. De btw-vrijstelling voor medische diensten is beperkt tot diensten die behoren tot de uitoefening van een beroep dat valt onder de Wet beroepen in de individuele gezondheidzorg (BIG) en die worden uitgevoerd door een BIGberoepsbeoefenaar. De kinder- en jeugdpsycholoog (inclusief specialist), de psycholoog arbeid en gezondheid en de orthopedagoog-generalist (en specialist) zijn gelijkwaardig aan BIG-geregistreerde dienstverleners en hebben daarom ook recht op de vrijstelling. De diensten van pedagogen, osteopaten, acupuncturisten en chiropractors vallen niet onder de vrijstelling.

 

Fiscale eenheid

Ondernemers die juridisch zelfstandig zijn, maar die financieel, economisch en organisatorisch zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij een eenheid vormen, kunnen als één belastingplichtige worden aangemerkt voor de btw. De voorwaarde van verwevenheid geldt zowel in financieel als in organisatorisch en economisch opzicht. Is in een van die opzichten niet aan de voorwaarden voldaan, dan is er geen fiscale eenheid voor de btw. Voordelen van een fiscale eenheid zijn dat slechts één aangifte per tijdvak gedaan hoeft te worden en dat over leveringen en diensten binnen de fiscale eenheid geen btw berekend wordt. Nadeel van een fiscale eenheid is de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de verschuldigde btw van alle delen van de fiscale eenheid.

 

Let op: De Belastingdienst kan een boete opleggen van € 5.278,- voor en onjuiste factuur.

 

Deze algemene informatie is niet bedoeld als enige vorm van individueel advies en derhalve niet zonder meer geschikt voor het nemen van financiële beslissingen. Voor toepassing in individuele gevallen raden wij u aan contact met ons op te nemen.