Zakendoen met de eigen BV

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent u in de unieke positie om aantrekkelijk zaken te kunnen doen met de eigen BV. U heeft de voorwaarden waaronder u zaken doet immers zelf in de hand. Zolang u het zakelijk houdt en de afspraken op papier vastlegt, is veel mogelijk en zijn er behoorlijk wat fiscale voordelen te behalen.

Investeren in bedrijfspand

Wellicht staat u voor de keuze om te investeren in een eigen bedrijfsruimte of bedrijfspand. U kunt deze investering doen als DGA, in welk geval het pand op uw naam komt te staan. Het is ook mogelijk om de BV te laten investeren. Fiscaal gezien worden deze twee opties verschillend behandeld. Beide opties hebben voor- en nadelen. Wij zetten deze voor u op een rijtje, zodat u weet waar u rekening mee moet houden.

Wanneer de BV investeert in het pand zijn de baten na aftrek van lasten als afschrijvingen en financieringskosten, onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Verkoopt de BV het bedrijfspand, dan behoort de winst of het verlies van de verkoop tot de fiscale winst. Afhankelijk van de hoogte van het investeringsbedrag kan bij investering in een nieuw pand investeringsaftrek aan de orde zijn.


Een nadeel van investeren door de BV is dat het pand in de risicosfeer van de onderneming zit. Daarom wordt een bedrijfspand vaak afgezonderd van de bedrijfsrisico’s door het onder te brengen in een aparte BV. Het voordeel van deze opzet is, dat als de werk-BV failliet gaat, het pand buiten de faillissementsboedel blijft. Bijkomend voordeel is dat het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte BV een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren maakt.

Kiest u ervoor om privé te investeren in een bedrijfspand dat u daarna verhuurt aan de BV, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). Deze regeling bepaalt dat de huurinkomsten, exploitatielasten, boekwinsten en verliezen op het pand, tot uw inkomsten in box 1 behoren. Bent u in gemeenschap van goederen getrouwd, dan worden deze inkomsten in box 1 voor de helft aan u en voor de helft aan uw echtgenote toegerekend.

Het progressieve IB-tarief loopt op tot 51,75%. Voor u als DGA is dit effectief maar 45,54% door de werking van de TBS-vrijstelling van 12%.

Of het pand nu op uw naam of die van de BV staat, in beide gevallen geldt dat afschrijving op het pand niet meer mogelijk is als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is in de meeste gevallen 100% van de WOZ-waarde van het pand.

Geld lenen aan de BV

Iedere transactie tussen u en de BV moet zakelijk verlopen. Dit geldt ook wanneer u geld leent aan de BV. Leg de lening schriftelijk vast in een overeenkomst. In dit contract moet ten minste een aflossings-termijn en een reëel rentepercentage zijn opgenomen. Bovendien moeten er zeker-heden zijn gesteld. Om te beoordelen of het contract zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of u het contract ook zou zijn aangegaan met een willekeurige derde partij.

De rente die de BV aan u betaalt is voor de BV als bedrijfslast aftrekbaar van de winst. De ontvangen rente is bij u belast. De lening valt onder de eerdergenoemde TBS-regeling. Dat houdt in dat de rente progressief is belast in box 1, nadat de rente is verminderd met de TBS-vrijstelling van 12%.

Is het rentepercentage hoger dan wat zakelijk gangbaar is, dan wordt het meerdere (niet-zakelijke) voordeel dat u hiermee behaalt, beschouwd als een vermomde winstuitkering. Het bedrag van deze uitkering is voor de BV niet aftrekbaar en wordt bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang).

Geld lenen van de BV

Ook wanneer u geld leent van de BV moet dit op zakelijke gronden geschieden. U kunt geld lenen van de BV in uw hoedanigheid van werknemer of van aandeelhouder. Leg dit van tevoren goed vast, aangezien de fiscale gevolgen in beide situaties anders zijn.

Tip! Leent u geld van de BV, dan moet de BV na verstrekking van de lening aan haar betalingsverplichtingen kunnen blijven voldoen. Met andere woorden, voorkom dat de BV in financiële problemen komt door uw geldlening.

Personeelslening

Leent u als werknemer geld van de BV, dan moet de BV in principe rente over deze lening bij u in rekening brengen. Gebeurt dit niet of betaalt u minder rente dan bij een kredietverlener, dan is er fiscaal gezien sprake van een rentevoordeel. De waarde van dit rentevoordeel kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het rentevoordeel vormt in beginsel belastbaar loon.

Let op! Soms stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat een DGA niet in de hoedanigheid van werknemer geld mag lenen van de BV. Dit zal zich vooral voordoen als deze mogelijkheid alleen open staat voor de DGA en niet voor andere werknemers van de BV.

Lening voor eigen woning

Leent u geld van de BV voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning, dan gelden er bijzondere fiscale regels. De lening voor een eigen woning valt wel in box 1 maar niet onder de TBS-regeling. De betaalde rente is voor u aftrekbaar van het inkomen in box 1 en is bij de BV belast.

Sinds 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan een aantal aflossingseisen voldoen om de rente in aftrek te mogen brengen. Dat geldt ook voor de verhoging van een bestaande eigenwoninglening na 2013. Voor de nieuwe lening of het nieuwe leningdeel is de rente alleen aftrekbaar als de lening in maximaal 30 jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op! Sinds 1 januari 2013 geldt een informatieplicht wanneer u geld leent van de BV voor uw eigen woning. U moet de Belastingdienst hierover in uw aangifte IB informeren.

Geld lenen als aandeelhouder

Een lening van de BV voor consumptieve doeleinden of voor de financiering van beleggingen in privé valt als schuld in box 3. De door u aan de BV betaalde rente is niet aftrekbaar. Bij de BV is de ontvangen rente belast.

Tip! Geld lenen voor privébeleggingen is alleen aantrekkelijk als het rendement op deze beleggingen hoger is dan de rente die u over de financiering moet betalen.